At-Talaaq - DE KORAN - Harun Yahya
-
1. O Profeet als jullie van de vrouwen scheiden, scheidt dan van hen met inachtneming van hun perioden, en berekent de perioden (precies) en vreest Allah, jullie Heer. Verwijdert hen niet uit hun huizen en zij mogen (deze) niet verlaten, behalve wanneer zij duidelijk zedeloosheden begaan. Dat zijn de Wetten van Allah en wie de Wetten van Allah overschrijdt, die heeft waarlijk zichzelf onrecht aangedaan. Jij weet niet of Allah misschien daarna een nieuwe omstandigheid zal doen ontstaan.
-
2. Wanneer zij dan hun termijn bereikt hebben, behoudt hen dan volgens de voorschriften of scheidt van hen volgens de voorschriften, en neemt twee rechtvaardige personen als getuigen. En weest oprecht in de getuigenis voor Allah. Dat is waartoe jullie gemaand worden, (voor) wie gelooft in Allah en in de Laatste Dag. En wie Allah vreest die zal Hij een oplossing geven.
-
3. En Hij voorziet hem van waar hij het niet verwacht, en (voor) wie op Allah vertrouwt, is Hij voldoende. Voorwaar, Allah voert Zijn zaak uit. Waarlijk, Allah heeft voor alle zaken een maatgeving bepaald.
-
4. En voor hen die (gezien hun leeftijd) onzeker zijn omtrent de menstruatie van jullie vrouwen; als jullie (mannen) twijfelen is hun wachttijd drie maanden. En (dit geldt ook voor) hen die nog geen menstruatie hebben. Voor hen die zwanger zijn geldt de wachttijd totdat zij hebben gebaard wat zij dragen. En wie Allah vreest, voor hem zal Hij zijn zaak makkelijk maken.
-
5. Dat is het bevel van Allah, dat Hij aan jullie neerzendt. En wie Allah vreest, voor hem zal Hij zijn zonden uitwissen en hem een geweldige beloning geven.
-
6. Laat hen (gedurende de wachttijd) wonen zoals jullie zelf wonen, naar jullie vermogens, en kwelt hen niet om hen in het nauw te drijven. En als zij zwanger zijn, voorziet hun dan tot zij gebaard hebben wat zij dragen. En als zij (de kinderen) voor jullie zogen, geeft hun dan hun vergoeding en pleegt onderling overleg op een redelijke wijze. En als jullie moeilijkheden ondervinden, laat dan een andere (vrouw het kind) voor hem zogen.
-
7. Laat de welvarende besteden volgens zijn welvaart; en degene wiens voorzieningen beperkt zijn, laat hem besteden van wat Allah hem heeft gegeven. Allah belast geen ziel dan volgens wat Hij haar heeft gegeven. Allah zal na moeilijkheden gemak schenken.
-
8. En hoeveel steden zijn er niet in opstand gekomen tegen het bevel van hun Heer en Zijn Boodschappers, waarop Wij met hen afrekenden met een harde afrekening. En Wij hebben hen met een verschrikkelijke bestraffing bestraft.
-
9. Zij proefden toen het kwaad van hun wandaden, en het einde van hun zaak was een verlies.
-
10. Allah heeft voor hen een harde bestraffing bereid. Vreest daarom Allah, O bezitters van verstand die geloven! Waarlijk, Allah heeft tot jullie een Vermaning gezonden.
-
11. Een Boodschapper die voor jullie de verduidelijkende Verzen van Allah voordraagt, om degenen die geloven en goede daden verrichten uit de duisternissen naar het licht te voeren. En wie in Allah gelooft en goede daden verricht: Hij zal hem Tuinen (het Paradijs) doen binnengaan waar de rivieren onder door stromen. Zij zijn daarin eeuwig levenden, voor altijd. Allah heeft hem waarlijk een goede voorziening gegeven.
-
12. Allah is Degene Die de zeven hemelen heeft geschapen en zo ook de aarde. De beschikking daalt tussen hen (hemel en aarde) neer, opdat jullie weten dat Allah de Almachtige over alle zaken is en dat Allah alle zaken in kennis omvat.
DEEL
1
Al-Faatiha
2
Al-Baqara
3
Aal-i-Imraan
4
An-Nisaa
5
Al-Maaida
6
Al-An'aam
7
Al-A'raaf
8
Al-Anfaal
9
At-Tawba
10
Yunus
11
Hud
12
Yusuf
13
Ar-Ra'd
14
Ibrahim
15
Al-Hijr
16
An-Nahl
17
Al-Israa
18
Al-Kahf
19
Maryam
20
Taa-Haa
21
Al-Anbiyaa
22
Al-Hajj
23
Al-Muminoon
24
An-Noor
25
Al-Furqaan
26
Ash-Shu'araa
27
An-Naml
28
Al-Qasas
29
Al-Ankaboot
30
Ar-Room
31
Luqman
32
As-Sajda
33
Al-Ahzaab
34
Saba
35
Faatir
36
Yaseen
37
As-Saaffaat
38
Saad
39
Az-Zumar
40
Al-Ghaafir
41
Fussilat
42
Ash-Shura
43
Az-Zukhruf
44
Ad-Dukhaan
45
Al-Jaathiya
46
Al-Ahqaf
47
Muhammad
48
Al-Fath
49
Al-Hujuraat
50
Qaaf
51
Adh-Dhaariyat
52
At-Tur
53
An-Najm
54
Al-Qamar
55
Ar-Rahmaan
56
Al-Waaqia
57
Al-Hadid
58
Al-Mujaadila
59
Al-Hashr
60
Al-Mumtahana
61
As-Saff
62
Al-Jumu'a
63
Al-Munaafiqoon
64
At-Taghaabun
65
At-Talaaq
66
At-Tahrim
67
Al-Mulk
68
Al-Qalam
69
Al-Haaqqa
70
Al-Ma'aarij
71
Nooh
72
Al-Jinn
73
Al-Muzzammil
74
Al-Muddaththir
75
Al-Qiyaama
76
Al-Insaan
77
Al-Mursalaat
78
An-Naba
79
An-Naazi'aat
80
Abasa
81
At-Takwir
82
Al-Infitaar
83
Al-Mutaffifin
84
Al-Inshiqaaq
85
Al-Burooj
86
At-Taariq
87
Al-A'laa
88
Al-Ghaashiya
89
Al-Fajr
90
Al-Balad
91
Ash-Shams
92
Al-Lail
93
Ad-Dhuhaa
94
Ash-Sharh
95
At-Tin
96
Al-Alaq
97
Al-Qadr
98
Al-Bayyina
99
Az-Zalzala
100
Al-Aadiyaat
101
Al-Qaari'a
102
At-Takaathur
103
Al-Asr
104
Al-Humaza
105
Al-Fil
106
Quraish
107
Al-Maa'un
108
Al-Kawthar
109
Al-Kaafiroon
110
An-Nasr
111
Al-Masad
112
Al-Ikhlaas
113
Al-Falaq
114
An-Naas