Al-Muddaththir - DE KORAN - Harun Yahya
-
1. O jij ommantelde.
-
2. Sta op en waarschuw.
-
3. En prijs de grootheid van jouw Heer
-
4. En reinig jouw kleding.
-
5. En vermijd de zondigheid.
-
6. En geef niet om meer te ontvangen.
-
7. En wees geduldig omwille van jouw Heer.
-
8. Als dan op de bazuin geblazen wordt.
-
9. Dan is dat die Dag, een zware Dag.
-
10. (Die Dag is) voor de ongelovigen niet gemakkelijk.
-
11. Laat hem aan Mij over die Ik alleenstaand geschapen heb.
-
12. En Ik heb hem vele bezittingen ter beschikking gesteld.
-
13. En kinderen, voortdurend aan zijn zijde.
-
14. En Ik verschafte hem gemak in ruime mate.
-
15. En vervolgens verlangt hij dat Ik (voor hem) vermeerder.
-
16. Nee! Hij is opstandig tegen Onze Verzen.
-
17. Ik zal hem beladen met een zware bestraffing.
-
18. Voorwaar, hij dacht na en nam een besluit.
-
19. Verdoemd is hij daarom. Hoe vreemd was zijn besluit!
-
20. Nogmaals, verdoemd is hij! Hoe vreemd was zijn besluit!
-
21. Toen dacht hij weer na.
-
22. Daarna fronste hij en keek somber.
-
23. Vervolgens keerde hij zijn rug toe en was hoogmoedig.
-
24. En hij zei: "Deze (Koran) is slechts overgedragen tovenarij.
-
25. Dit is slechts het woord van een mens."
-
26. Ik zal hem doen braden in Saqar (de Hel).
-
27. En wat doet jou weten wat Saqar is?
-
28. Zij (de Hel) laat niet achter en zij laat niet met rust.
-
29. Zij verschroeit (de huid) van de mens.
-
30. Over haar waken negentien (Engelen).
-
31. En Wij hebben geen anderen dan Engelen aangesteld als wachters van de Hel. En Wij hebben hun aantal slechts vastgesteld als een beproeving voor degenen die niet geloven en opdat degenen aan wie de Schrift gegeven is overtuigd zullen zijn. En opdat degenen die geloven zullen toenemen in geloof, en opdat degenen aan wie de Schrift is gegeven en de gelovigen niet zullen twijfelen. En opdat degenen in wier harten een ziekte is en de ongelovigen zullen zeggen: "Wat wil Allah met dit voorbeeld zeggen?" Zo laat Allah dwalen wie Hij wil, en leidt Hij wie Hij wil. En niemand kent de troepenmacht van jouw Heer dan Hij. En dit is niets anders dan een Vermaning voor de mensheid.
-
32. Nee, bij de maan!
-
33. En de nacht wanneer hij terugkeert.
-
34. En de dageraad wanneer hij gloort.
-
35. Voorwaar, zij (de Hel) is zeker een van de grootste verschrikkingen.
-
36. (Zij is er) als een waarschuwing voor de mensheid.
-
37. Voor degenen onder hen die voort willen gaan (door goede daden te verrichten) of achter willen blijven (door slechte daden te verrichten).
-
38. Iedere ziel is een borg voor wat zij heeft verricht.
-
39. Behalve de mensen van de rechterzijde.
-
40. In Tuinen (het Paradijs) vragen zij elkaar.
-
41. Over de misdadigers.
-
42. (Zij zeggen:) "Wat heeft hen naar Saqar (de Hel) gevoerd?"
-
43. Zij zeiden: "Wij behoorden niet tot degenen die de shalât verrichten.
-
44. En wij voedden de armen niet.
-
45. En wij plachten ijdele gesprekken te voeren met degenen die ijdel praatten.
-
46. En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen.
-
47. Tot het zekere (de dood) tot ons kwam."
-
48. De voorspraak van de voorsprekers baat hen niet.
-
49. Wat is er met hen dat zij zich van de Vermaning afwenden?
-
50. Alsof zij opgeschrikte ezels zijn.
-
51. Die vluchten voor een leeuw.
-
52. Toch wil een ieder van hen, dat hun opengespreidde bladen (van een Openbaring) worden gegeven.
-
53. Nee! Zij vrezen zelfs het Hiernamaals niet.
-
54. Nee, voorwaar, hij (de Koran) is een Vermaning.
-
55. Wie wil trekt er lering uit.
-
56. En zij trekken er geen lering uit, behalve als Allah het wil. Hij is het Die vrees toekomt en Hij is het Die het toekomt om te vergeven.
DEEL
1
Al-Faatiha
2
Al-Baqara
3
Aal-i-Imraan
4
An-Nisaa
5
Al-Maaida
6
Al-An'aam
7
Al-A'raaf
8
Al-Anfaal
9
At-Tawba
10
Yunus
11
Hud
12
Yusuf
13
Ar-Ra'd
14
Ibrahim
15
Al-Hijr
16
An-Nahl
17
Al-Israa
18
Al-Kahf
19
Maryam
20
Taa-Haa
21
Al-Anbiyaa
22
Al-Hajj
23
Al-Muminoon
24
An-Noor
25
Al-Furqaan
26
Ash-Shu'araa
27
An-Naml
28
Al-Qasas
29
Al-Ankaboot
30
Ar-Room
31
Luqman
32
As-Sajda
33
Al-Ahzaab
34
Saba
35
Faatir
36
Yaseen
37
As-Saaffaat
38
Saad
39
Az-Zumar
40
Al-Ghaafir
41
Fussilat
42
Ash-Shura
43
Az-Zukhruf
44
Ad-Dukhaan
45
Al-Jaathiya
46
Al-Ahqaf
47
Muhammad
48
Al-Fath
49
Al-Hujuraat
50
Qaaf
51
Adh-Dhaariyat
52
At-Tur
53
An-Najm
54
Al-Qamar
55
Ar-Rahmaan
56
Al-Waaqia
57
Al-Hadid
58
Al-Mujaadila
59
Al-Hashr
60
Al-Mumtahana
61
As-Saff
62
Al-Jumu'a
63
Al-Munaafiqoon
64
At-Taghaabun
65
At-Talaaq
66
At-Tahrim
67
Al-Mulk
68
Al-Qalam
69
Al-Haaqqa
70
Al-Ma'aarij
71
Nooh
72
Al-Jinn
73
Al-Muzzammil
74
Al-Muddaththir
75
Al-Qiyaama
76
Al-Insaan
77
Al-Mursalaat
78
An-Naba
79
An-Naazi'aat
80
Abasa
81
At-Takwir
82
Al-Infitaar
83
Al-Mutaffifin
84
Al-Inshiqaaq
85
Al-Burooj
86
At-Taariq
87
Al-A'laa
88
Al-Ghaashiya
89
Al-Fajr
90
Al-Balad
91
Ash-Shams
92
Al-Lail
93
Ad-Dhuhaa
94
Ash-Sharh
95
At-Tin
96
Al-Alaq
97
Al-Qadr
98
Al-Bayyina
99
Az-Zalzala
100
Al-Aadiyaat
101
Al-Qaari'a
102
At-Takaathur
103
Al-Asr
104
Al-Humaza
105
Al-Fil
106
Quraish
107
Al-Maa'un
108
Al-Kawthar
109
Al-Kaafiroon
110
An-Nasr
111
Al-Masad
112
Al-Ikhlaas
113
Al-Falaq
114
An-Naas