Ad-Dukhaan - DE KORAN - Harun Yahya
-
1. Ha Mîm.
-
2. Bij het duidelijke Boek. (de Koran)
-
3. Voorwaar, Wij hebben hem (de Koran) in de gezegende nacht neergezonden. Voorwaar, Wij zijn Waarschuwers.
-
4. Daarin worden alle wijze zaken uiteengezet.
-
5. Als een bevel van Ons: voorwaar, Wij zonden (de Profeten).
-
6. Als Barmhartigheid van jouw Heer. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
-
7. De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen is, als jullie overtuigden zijn.
-
8. Er is geen god dan Hij, Hij doet leven en sterven, jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen.
-
9. Zij blijven zelfs in twijfel doorspelen.
-
10. Wacht dan op de Dag waarop in de hemel duidelijke rook verschijnt.
-
11. Die de mensen omhult. Dit is een pijnlijke bestraffing.
-
12. (Zij zullen zeggen:) "Onze Heer, neem de bestraffing, van ons weg: voorwaar, wij zijn gelovigen."
-
13. Hoe zullen zij zich laten vermanen, terwijl er reeds een duidelijke Boodschapper tot hen is gekomen?
-
14. Toen wendden zij zich van hem af, en zeiden: "Hij is een bezeten onderwezene."
-
15. Voorwaar, Wij nemen iets van de bestraffing weg: voorwaar, jullie keren terug (tot ongeloof).
-
16. (Gedenkt) de Dag dat Wij hen zullen grijpen met de zware bestraffing: voorwaar, Wij zijn Vergelders.
-
17. En voorzeker, Wij hebben voorheen het volk van Fir`aun op de proef gesteld. En er was een edele Boodschapper (Môesa) tot hen gekomen.
-
18. (Hij zei:) "Laat de dienaren van Allah (vrij) tot mij komen: voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
-
19. En weest niet hoogmoedig tegenover Allah: voorwaar, ik kom tot jullie met een duidelijk bewijs.
-
20. En voorwaar, ik zocht mijn toevlucht bij mijn Heer en jullie Heer tegen jullie stenigen.
-
21. En als jullie mij niet geloven, laat mij dan met rust."
-
22. En hij bad toen tot zijn Heer: "Voorwaar, zij zijn een misdadig volk."
-
23. (Allah zei toen:) "Ga in de nacht op weg met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen worden achtervolgd.
-
24. En laat de zee zoals zij is (door een pad gespleten): voorwaar, zij zullen een verdronken leger worden."
-
25. Hoeveel tuinen en bronnen lieten zij niet achter.
-
26. En velden en prachtige plaatsen.
-
27. En genietingen die zij daarin kunnen smaken.
-
28. Zo is het. En Wij hebben het een ander volk doen erven.
-
29. De hemel en de aarde huilden niet om hen, en hun werd geen uitstel gegeven.
-
30. En voorzeker, Wij hebben de Kinderen van Israël van de vernederende bestraffing gered.
-
31. Van Fir`aun: voorwaar, hij was een hoogmoedige onder de buitensporigen.
-
32. En voorzeker, Wij hebben hen (de Kinderen van Israël) op grond van (Onze) kennis verkozen boven de anderen (in hun tijd).
-
33. En Wij hebben hun van de Tekenen gegeven waarin een duidelijke beproeving was.
-
34. Voorwaar, zij (de ongelovigen) zullen zeker zeggen:
-
35. "Het is slechts de enige dood van ons, en wij zullen niet opgewekt worden.
-
36. Brengt dan onze voorvaderen (terug), als jullie waarachtig zijn."
-
37. Zijn zij beter of het volk van Toebba` en degenen vََr hen? Wij hebben hen vernietigd: voorwaar, zij waren misdadigers.
-
38. En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat er tussen hen is niet als een spel geschapen.
-
39. Wij hebben beide niet anders dan in Waarheid geschapen, maar de meesten van hen weten het niet.
-
40. Voorwaar, de Dag van de Beslissing is hun vastgestelde tijd, tezamen.
-
41. De Dag waarop de ene vriend de andere vriend in niets kan bijstaan, en zij zullen niet geholpen worden.
-
42. Behalve degene die door Allah begenadigd wordt: voorwaar, Hij is de Almachtige, de Meest Barmhartige.
-
43. Voorwaar, de Zaqqôem-boom.
-
44. Voedsel van de zondaar.
-
45. Als gesmolten metaal dat in de buiken kookt.
-
46. Als kokend heet water.
-
47. Grijpt hem en sleept hem naar het midden van de Hel.
-
48. Daarna wordt een bestraffing van de Hel over zijn hoofd uitgegoten.
-
49. Proeft (deze bestraffing), voorwaar, jij bent de geweldige, de nobele. (Wordt er spottend tot de misdadiger gezegd.)
-
50. Voorwaar, dit is dat waarover jullie in twijfel plachten te verkeren.
-
51. Voorwaar, de Moettaqôen verblijven in een veilige plaats.
-
52. In tuinen en bij bronnen (het Paradijs).
-
53. Zij dragen kleding van fijne zijde en brokaat, (zij zijn) tegenover elkaar gezeten.
-
54. Zo is het. En Wij zullen hen huwen met schone maagden.
-
55. Daarin vragen zij in veiligheid om allerlei vruchten.
-
56. Zij zullen daarin, na de eerste dood, geen dood meer ondergaan, en Hij beschermt hen voor de bestraffing van de Hel.
-
57. Als een gunst van jouw Heer. Dat is de geweldige overwinning.
-
58. Voorwaar, Wij hebben hem (de Koran) gemakkelijk gemaakt in jouw taal. Hopelijk zullen zij er lering uit trekken.
-
59. Wacht daarom: voorwaar, zij wachten (op hun bestraffing).
DEEL
1
Al-Faatiha
2
Al-Baqara
3
Aal-i-Imraan
4
An-Nisaa
5
Al-Maaida
6
Al-An'aam
7
Al-A'raaf
8
Al-Anfaal
9
At-Tawba
10
Yunus
11
Hud
12
Yusuf
13
Ar-Ra'd
14
Ibrahim
15
Al-Hijr
16
An-Nahl
17
Al-Israa
18
Al-Kahf
19
Maryam
20
Taa-Haa
21
Al-Anbiyaa
22
Al-Hajj
23
Al-Muminoon
24
An-Noor
25
Al-Furqaan
26
Ash-Shu'araa
27
An-Naml
28
Al-Qasas
29
Al-Ankaboot
30
Ar-Room
31
Luqman
32
As-Sajda
33
Al-Ahzaab
34
Saba
35
Faatir
36
Yaseen
37
As-Saaffaat
38
Saad
39
Az-Zumar
40
Al-Ghaafir
41
Fussilat
42
Ash-Shura
43
Az-Zukhruf
44
Ad-Dukhaan
45
Al-Jaathiya
46
Al-Ahqaf
47
Muhammad
48
Al-Fath
49
Al-Hujuraat
50
Qaaf
51
Adh-Dhaariyat
52
At-Tur
53
An-Najm
54
Al-Qamar
55
Ar-Rahmaan
56
Al-Waaqia
57
Al-Hadid
58
Al-Mujaadila
59
Al-Hashr
60
Al-Mumtahana
61
As-Saff
62
Al-Jumu'a
63
Al-Munaafiqoon
64
At-Taghaabun
65
At-Talaaq
66
At-Tahrim
67
Al-Mulk
68
Al-Qalam
69
Al-Haaqqa
70
Al-Ma'aarij
71
Nooh
72
Al-Jinn
73
Al-Muzzammil
74
Al-Muddaththir
75
Al-Qiyaama
76
Al-Insaan
77
Al-Mursalaat
78
An-Naba
79
An-Naazi'aat
80
Abasa
81
At-Takwir
82
Al-Infitaar
83
Al-Mutaffifin
84
Al-Inshiqaaq
85
Al-Burooj
86
At-Taariq
87
Al-A'laa
88
Al-Ghaashiya
89
Al-Fajr
90
Al-Balad
91
Ash-Shams
92
Al-Lail
93
Ad-Dhuhaa
94
Ash-Sharh
95
At-Tin
96
Al-Alaq
97
Al-Qadr
98
Al-Bayyina
99
Az-Zalzala
100
Al-Aadiyaat
101
Al-Qaari'a
102
At-Takaathur
103
Al-Asr
104
Al-Humaza
105
Al-Fil
106
Quraish
107
Al-Maa'un
108
Al-Kawthar
109
Al-Kaafiroon
110
An-Nasr
111
Al-Masad
112
Al-Ikhlaas
113
Al-Falaq
114
An-Naas